1/3
Visie

Ieder mens maakt samen met de dieren, de natuur, de stoffelijke wereld en alles wat bestaat deel uit van het "grote geheel". Zonder het bestaan van al deze wezens en dingen zouden we niet kunnen leven.
We leven in verbondenheid met onze medemensen en met alles wat er is.
Om verbondenheid te voelen met het grote geheel en met elkaar is het noodzakelijk om eerst de verbinding met jezelf te kunnen voelen, te weten dat het "goed" is dat je bestaat, dat je er mag zijn als het wezen dat je bent, alleen al omdat je er bent.
Dit "weten", dat je door anderen aangereikt wordt, is het begin en de basis van de mogelijkheid om een vervuld en goed leven te leiden samen met anderen.

De mens is zich bewust (of kan dat zijn) van zijn bestaan en van de oneindigheid binnen dat grote geheel, maar is zich ook bewust van de eindigheid van het eigen leven en dat van anderen.
Vanwege die eindigheid streven en zoeken mensen naar een goed, zichzelf passend en vervullend leven.
Het hebben van (eigen) kinderen, maakt dat na onze dood een deel van ons voortleeft in onze kinderen en dat velen hun taak als ouder of verzorger ervaren als een belangrijk en vervullend deel van het leven.
Echter ook zonder (eigen) kinderen, zijn we nog steeds deel van het "grote geheel"; we zijn immers hieruit voortgekomen en we dragen op een andere wijze hieraan bij doordat we geen kinderen hebben.
Je zou het aanvullend kunnen noemen: dat wat van belang is buiten het hebben van kinderen.

Lees meer...